► Metaforen

Metaforen zijn vergelijkingen die berusten op overeenkomsten. Ze zitten verborgen in dingen die op het eerste gezicht heel verschillend zijn. Drie maanden naar Santiago lopen is iets heel anders dan je eigen levenswandel. Toch zijn er ook heel veel paralellen.

Zo kun je niet alleen fysiek pelgrimeren (je fiets pakken en naar Assisië of Lourdes rijden), maar ook geestelijk.

  • Het vage verlangen om op pad te gaan –  de kinderwens van je ouders.
  • Het besluit om daadwerkelijk te gaan – je conceptie.
  • De voorbereiding – de zwangerschap van je moeder.
  • Het vertrek – je geboorte.
  • Het pelgrimspad – je levensweg tot dusver.
  • De bewegwijzering – je opvoeding, de adviezen van de buitenwereld.
  • De medepelgrims – je familie, vrienden, buren en collega’s.
  • De rugzak – je talenten, maar ook de lasten waar je onder gebukt gaat.
  • Het weer onderweg – je eigen levensomstandigheden.
  • De stok als steun en hulpmiddel – de ondersteuning door de maatschappij.
  • De Jacobsschelp – je voorkomen, je identiteit.
  • Santiago of Rome – je eigen levenseinde.

Op één wezenlijk punt ontbreekt een metafoor. De pelgrim heeft een reisgids. Hij kan van tevoren precies zien hoe de route verder verloopt en uit welke varianten hij kan kiezen.

Je levenspad is niet uitgestippeld. Je kunt hoogstens de verwachting hebben dat binnenkort waarschijnlijk… Het is een beetje als een pelgrim zonder boekje of kaart. Je kunt de weg slechts overzien tot de volgende bocht. En dan nog kan het je verrassen dat je over een paar passen al een zijpaadje in moet.

Caminante, son tus huellas
el camino y nada más;
Caminante, no hay camino,
se hace camino al andar.

Al andar se hace el camino,
y al volver la vista atrás
se ve la senda que nunca
se ha de volver a pisar.

Caminante no hay camino
sino estelas en la mar.

Wandelaar, enkel je voetsporen
zijn de weg, en zij alleen.
Want, wandelaar, er is helemaal geen weg.
De weg ontstaat door te gaan.

Door te gaan vormt zich de weg.
En als je omkijkt,
zie je het pad
dat nooit meer betreden zal worden.

Wandelaar, er is geen weg,
slechts een kielzog in de zee.

Antonio Machado


Een aantal pelgrimsmetaforen uitgewerkt
DoorJac Naus

Voorbereidingen en mijn begin
Voor ieder mens is de conceptie erg belangrijk. Waarom ben ik op dit levenspad gezet? Uit liefde van mijn ouders? Was het een ongelukje, of is mijn begin gepland, gewenst geweest, als een godsgeschenk gezien?

Hoe is mijn ontwikkeling en groei in het vruchtwater van mijn moeder verlopen? Onder welke omstandigheden werd ik gedragen, gekoesterd, verzorgd en beschermd?

Hoe was mijn absolute begin op deze wereld: mijn geboorte? Op welke plaats was dat, onder welke omstandigheden, in aanwezigheid van welke mensen? Wat is mij daarover verteld?

De weg – mijn pad
Hoe ben ik op mijn levensweg geplaatst en van wie leerde ik de meest menselijke zaken als de weg kennen, jezelf bewegen op die weg en rekening houden met anderen op die weg? Op welke plek op deze aarde werd ik op mijn levenspad gezet?

Veel gezegdes gaan over de weg en het pad. “Op weg gaan of op pad gaan.”- “Iemand op weg helpen.” – “Hij ging zijns weegs.” –  “Het begane pad volgen.” – Op het verkeerde pad geraken.” – “Iemand op het goede pad helpen.”

Ons levenspad kan gemakkelijk zijn, vol lol, vriendschap en liefde. Een vlak en geasfalteerd pad, waar je weinig of geen oneffenheden aantreft. Maar we kunnen ook op grillige rotspaden stuiten, paden vol modder en zelfs waterpartijen. Een levensweg vol hindernissen, moeilijkheden en problemen, maar die wel te overwinnen zijn! Onze levensweg kent bergen en dalen. Momenten of tijden waarin het gemakkelijk gaat en soms moeilijk. “We zien er als een berg tegenop.” – “Ik zit in een diep dal.”

Gelukkig lopen we ons levenspad dikwijls op gebaande wegen. We zien hoe we lopen moeten, omdat het pad is uitgesleten door de voetstappen van hen die ons zijn voorgegaan. We kunnen ook van het pad af raken en in moeilijkheden komen.

Medepelgrims
Een mens loopt nooit zijn levenspad alleen. Word ik door mijn ouders meegenomen en begeleid op mijn eerste deel van mijn levensweg? Heb ik familie, broers of zussen die met me meegaan? Heb ik vrienden die mij vergezellen op mijn levenspad? Kan ik met hen open, eerlijk en altijd praten over mezelf? Luister ik ook naar anderen die op weg zijn? Neem ik een voorbeeld aan andere levenspelgrims die mij zijn voorgegaan? Kies ik wegen die zij ook zijn gegaan? Verdiep ik me in die weg en vraag ik om advies?

Rugzak en bagage
Welke (geestelijke) bagage heb ik bij het begin van mijn levenstocht meegekregen van mijn ouders, mijn familie, mijn gezin? Erfde ik muzikaliteit, sportiviteit, expressie, handigheid, vriendelijkheid, levenslust, spiritualiteit, gastvrijheid? Ben ik me bewust wat ik aan bagage heb meegekregen en welke ik zelf ontwikkeld heb?

Draag ik niet teveel bagage in mijn rugzak van het leven mee? Ben ik niet teveel met allerlei bijzaken bezig? Draag ik niet teveel negatieve bagage met me mee? Wordt mijn rugzak soms niet te zwaar? Moet ik keuzes maken wat ik uit mijn rugzak moet doen, om mijn weg vol energie en enthousiasme te vervolgen? Ga ik ten onder aan mijn zware bagagelast die ik meeneem?

Omstandigheden
Ga ik mijn levensweg in een warme of koude omgeving, een ontwikkelde of onontwikkelde omgeving, een arme of rijke omgeving? Zoals het weer wisselend kan zijn: mooi weer, koud en sneeuw, wind en storm, prachtig zonnig en warm weer. Hoe kan ik de omstandigheden beschrijven waarin ik mijn levenspad vervolg. “Na regen komt zonneschijn.” en “Achter de wolken schijnt de zon.” Weerspreuken worden door ons ook overdrachtelijk gebruikt!

Pelgrimsstaf
Iedere pelgrim neemt een (Jacobs)staf mee op zijn weg. Dieren worden weggejaagd, knapzak wordt gedragen, steun wordt gevonden op de weg en tijdens moeilijke overtochten. Heb ik in mijn leven ooit hulp nodig gehad? Had ik een staf of stok nodig die me overeind hield? Was ik in moeilijkheden en durfde ik ouders, familie, leraren of vrienden om hulp te vragen?

Jacobsschelp
Als een pelgrim naar Santiago reist, draagt hij de Jacobsschelp. Hij onderscheidt zich van de ander door dit symbool te dragen. Hij is zich bewust dat hij pelgrim is en wil dat ook laten zien. Durf ik ook mijn eigen identiteit te laten zien door het dragen van een symbool of teken? Draag ik bepaalde kleding, een tattoo, een hanger of sieraad op mijn levenspad? Ik durf me te identificeren!

Bewegwijzering
Wie kent de weg? Wie zoekt de weg? Velen gingen ons al voor op hun levensweg en schreven op hoe ze op weg waren. Miljarden mensen maakten het nageslacht duidelijk met welke regels, normen, waarden, trucjes, manieren ze hun levenspad gemakkelijker maakten. Welke bewegwijzering volg ik?

De pelgrim volgt zijn boekje met het beschreven pad, vergezeld met kaarten en foto’s. Hij volgt de rood-witte markering van de lange afstandswandeling, de gele pijlen of de Jacobsschelp. Welke wegwijzers volg ik in mijn leven? Die van mijn ouders, mijn familieleden, dorpsgenoten, vrienden? Wie wijst me de weg op mijn levenspad?

Stempelkaart – pelgrimspaspoort
Iedere pelgrim verzamelt stempels op zijn kaart met als doel te bewijzen dat hij de verplichte afstand heeft afgelegd. Daardoor kan hij in Santiago een ‘compostelaat’ ontvangen. Ze zijn vooral ook een aandenken: dit is de route die ik gevolgd heb, hier heb ik overal geslapen. Dat maakt die stempels kostbaar.

Op ons levenspad kennen we veel stempelmomenten: geboorte, verjaardagen, eerste schooldag, de overwinning van een ziekte, je eerste baan, de ontmoeting van je geliefde, je trouwdag, enzovoorts. Dat zijn belangrijke, soms cruciale momenten in ons leven. Ze hebben iets voornaams, iets speciaals. Graag hebben we dan onze geliefden, familie en vrienden erbij!

Stilte
Iedere pelgrim ervaart op een of andere manier de stilte om zich heen. En misschien wel in zichzelf. Maar wat zijn we in het dagelijks leven toch vaak bang voor stilte.

Wanneer ben je in een stille omgeving? Wat doet de stilte met jou? Wanneer ben je stil van binnen? Hoe bereik je de stilte? Door zachte muziek, de natuur, volledige afwezigheid van geluid, het even alleen zijn, het biddend of mediterend zitten in een kerk of kapelletje?